Vloerverwarming

Hout en vloerverwarming gaan prima samen. Vroeger dacht men daar anders maar door verbeterde technologie zijn de meeste meerlaagse (lamelparket, duoplank) geschikt om te leggen op vloerverwarming. Vloerverwarming wordt steeds populairder, dit komt omdat vloerverwarming werkt op lage temperatuur wat energie bespaart. Daarnaast geeft vloerverwarming een aangename stralingswarmte.

 

Welke vloeren zijn geschikt voor vloerverwarming?

Bijna alle meerlaagse vloeren (lamelparket, duoplank/multiplank) zijn geschikt voor vloerverwarming. Dit omdat een meerlaagse vloer aanzienlijk minder ‘werkt’ bij schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid.

Wamtegeleiding

Belangrijk bij vloerverwarming is de warmtegeleiding van de van de vloer die erop gelegd wordt. De R waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) geeft aan in hoeverre de warmte wordt geleid. De R waarde van een vloer wordt vooral bepaald door de materiaaldichtheid en de dikte van het materiaal. Wanneer de vloerverwarming dient als hoofdverwarming mag de R waarde niet hoger zijn dan 0,13 W/mK. Zoveel te lager de R waarde zoveel te sneller wordt de warmte van de vloerverwarming doorgegeven aan de ruimte. Bij alle vloeren die Klein Vloer verkoopt wordt op deze website aanegeven of ze geschikt zijn voor vloerverwaming en wat het warmtegeleidingscoëfficiënt is.

Vol verlijmd
Zwevend

Zwevend of vol verlijmd leggen

Een zwevende vloer wordt gelegd op een ondervloer en wordt onderling verlijmd of geklikt. Een vol verlijmde vloer wordt aan de basisvloer gelijmd.

Wanneer er zwevend wordt gelegd dient er een ondervloer gebruikt te worden die geschikt is voor vloerverwarming met een lage R waarde. De houten of bamboe vloer en de ondevloer mogen samen de maximale R waarde niet overschrijden. Wanneer er verlijmd wordt gelegd moet de lijm voldoende elastisch zijn. Het verlijmd leggen van de vloer verdient de voorkeur omdat de houten of bamboe vloer direct op de basisvloer wordt gelegd wat altijd zorgt voor de beste geleiding.

Voorwaarden aanleggen vloerverwarming

Het is aan te raden om de leidingen van de vloerverwarming in ‘slakkenpatroon’ te leggen omdat dit voor de meest egale warmte zorgt verder is het aan te raden om een zo de leidingen zo dicht mogelijk bij elkaar te leggen (hartafstand tussen de 10 en 15 cm). De vloerverwarmingverdeler zal door de installateur zo afgesteld moeten worden dat de vloertemperatuur nooit hoger kan worden dan 28 °C wanneer er houten vloer op wordt gelegd en 25°C wanneer er een bamboe vloer op wordt gelegd. Vloerfabrikanten stellen als voorwaarde dat er onder de houten of bamboe vloer zogenaamde warmtedetectiestickers worden geplaatst. Aan deze warmtedetectiestickers is af te lezen wat de hoogst bereikte temperatuur van de vloer is geweest. Wanneer de vloertemperatuur hoger is geweest dan 28 °C of 25°C vervalt de garantie op de vloer. Hoeveel warmtedetectiestickers er onder de vloer geplaatst dienen te worden verschilt per fabrikant. Als hulp voor het bepalen van de maximale vloertemperatuur is het raadzaam om sensoren onder de vloer te plaatsen. De vloer dient te beschikken over een vochtscherm. Wanneer het systeem is uitgerust met vloerkoeling dan dient deze uitgerust te zijn met een condensatiebeveiliging.

Meander en slakkenpatroon

Voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat de houten vloer wordt gelegd

Voor het leggen van de vloer zal de vloerverwarming minimaal 7 dagen aan geweest moeten zijn op een vloertemperatuur van minimaal 24 ° maar liever wat hoger. Tijdens het leggen zal de vloer weer helemaal afgekoeld moeten zijn (het afkoelen duurt ongeveer 2 dagen).Het vochtgehalte in de vloer dient maximaal 2,5% te zijn (andehyt dekvloer 0,3%)

Het gebruik van de vloerverwarming na het leggen van de vloer

De vloerverwarming mag pas 1 week na het leggen van de vloer worden aangezet. Na het leggen zal de luchtvochtigheid in de ruimte bewaakt moeten worden middels een hygrometer. De luchtvochtigeid zal tussen de 45% en 65% moeten blijven.

Bij het aan en uitzetten van de vloerverwarming dient er een stookprotocol gevolgd te worden: De eerste dag dient de watertemperatuur op maximaal 15 °C ingesteld te worden. Per 24 uur mag deze worden verhoogd met 5 °C Totdat de maximale watertemperatuur is bereikt (de maximale watertemperatuur wordt bepaald door de installateur, deze hangt samen met de maximale vloertemperatuur van 28 °C). Bij het uitschakelen wordt de omgekeerde procedure gevolgd.

Het is raadzaam om temperatuurschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen en de vloerverwarming dag en nacht op dezelfde temperatuur te laten draaien.